Wnra: haken en ogen rondom de proeftijd

Afbeelding
Image
Reijn Professionals
Paginasecties
Tekst

Door de komst van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) krijgen de meeste overheidswerkgevers per 1 januari 2020 te maken met de proeftijd. De proeftijd is in de wet geregeld en moet voldoen aan bepaalde eisen. Hoe de eisen in de praktijk juridisch getoetst worden, is aan de rechter. In dit artikel staan we stil bij de proeftijd en specifiek de ingangsdatum ervan, dit is namelijk niet altijd even duidelijk als de arbeidsovereenkomst doet vermoeden.

Wat zegt de wet?

De proeftijd is geregeld in artikel 7:652 Burgerlijk Wetboek. Een belangrijke eis is dat de proeftijd voor beide partijen, werkgever en werknemer, gelijk is. Een proeftijd van twee maanden voor de werkgever en één maand voor de werknemer (of omgekeerd) mag dus niet. Verder geldt dat de proeftijd schriftelijk moet worden overeengekomen. Voor wat betreft de duur van een proeftijd moet onderscheid gemaakt worden tussen arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd en arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De duur van de proeftijd is als volgt geregeld:

Duur AO Proeftijd
Aok. overeengekomen 6 maanden of korter -> geen
Aok. bepaalde tijd > 6 maanden maar < 2 jaar -> max één maand
Aok. bepaalde tijd zonder einddatum -> één maand
Aok. meer dan twee jaar -> twee maanden

Van de hiervoor omschreven duur van de proeftijd kan alleen bij CAO, ten nadele van de werknemer worden afgeweken. In ieder geval in de CAO Gemeenten 2020 is hier niet van afgeweken.

Opvolgend contract

Is er na de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd sprake van een opvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd? Dan mag in principe geen proeftijd worden afgesproken in de nieuwe opvolgende arbeidsovereenkomst. Daarop is één uitzondering. Vraagt de functie waarvoor de nieuwe arbeidsovereenkomst geldt duidelijk andere vaardigheden of verantwoordelijkheden? Dan mag er wel een proeftijd worden afgesproken.

Ingangsdatum

In 2017 heeft de rechter uitspraak gedaan over de ingangsdatum van de proeftijd. De proeftijd start op de eerste dag waarop de werknemer werkzaamheden gaat verrichten. En niet op de eerste dag die in de arbeidsovereenkomst staat vermeld, aldus het Gerechtshof. De werkgever in deze zaak, die uitging van de in de overeenkomst vermelde eerste dag en de werknemer een aantal dagen eerder liet starten, werd het beroep op het proeftijdbeding ontzegd. Gevolg was dat de werknemer, in dit geval, voor onbepaalde tijd in dienst was getreden.

In de praktijk wordt er vaak al voor de overeengekomen datum een kennismakings-, opleidings- of inwerkdag met de nieuwe medewerker afgesproken. Denk bijvoorbeeld aan een nieuwe manager die al een dagje komt proefdraaien of voordat de arbeidsovereenkomst ingaat nog mooi mee kan naar de heidag. De proeftijd is hiermee feitelijk eerder begonnen en de proeftijdtermijn is daardoor naar voren opgeschoven. Gevolg is dat de proeftijd eerder afloopt dan op papier in de arbeidsovereenkomst aangegeven. De uitspraak van de rechter leert dan ook dat de praktijk telt. Goed om rekening mee te houden.

Bron: Rechtspraak en Rijksoverheid