Prinsjesdag 2020: dit verandert er voor HR en de publieke sector

Afbeelding
Image
Prinsjesdag 2020
Contentblokken
Tekst

De regering heeft in deze onzekere tijd gekozen om niet te bezuinigen, maar om juist te investeren. Investeren in baanbehoud, goede publieke voorzieningen, een sterke economische structuur en een schoner land. Op die pijlers rusten de plannen voor het komende jaar die door de regering bekend werden gemaakt tijdens Prinsjesdag 2020.

De coronacrisis heeft een grote impact op de economie. Het kabinet verwacht dat de pandemie en de maatregelen om het coronavirus onder controle te krijgen een grotere economische schade aanricht dan de economische crisis van een aantal jaren geleden. Naar verwachting krimpt de economie in 2020 met 5%. Dit heeft grote gevolgen voor de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt. De werkloosheid kan volgens het Centraal Planbureau oplopen van 4,5% in 2020 naar 8,5% volgend jaar.

Werk en inkomen

Om de arbeidsmarkt zo goed mogelijk uit de coronacrisis te helpen heeft de overheid een steun- en herstelpakket in het leven geroepen, de NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid). De belangrijkste reden om deze subsidieregeling toe te kennen is het behoud van werkgelegenheid, door het vergoeden van een percentage van de loonkosten. Door de crisis zijn veel mensen de afgelopen maanden hun baan verloren of zal dit de komende periode gaan gebeuren. Met een aanvullend sociaal pakket van € 1,4 miljard wil het kabinet de komende jaren mensen en bedrijven ondersteunen om zich aan te passen aan de nieuwe situatie, bijvoorbeeld door een goede begeleiding van werk(loosheid) naar werk, meer bij- en omscholingsmogelijkheden, intensieve begeleiding van kwetsbare scholieren naar werk of opleiding en een betere ondersteuning van mensen met problematische schulden.

Gezond en veilig werken
In 2021 wil het kabinet verder werken aan de maatschappelijke beweging aanpak burn-out. Hierbij is er vooral aandacht voor thuiswerken en de consequenties hiervan voor de vitaliteit van werknemers. Er wordt gewerkt aan een Arbovisie 2040, in samenwerking met verschillende partijen in het veld. De Tweede Kamer krijgt hierover een hoofdlijnennotitie. Het kabinet zal hierover advies vragen aan de sociale partners in de SER.

Inclusieve arbeidsmarkt
Voor mensen met een arbeidsbeperking is het lastiger om werk te vinden. Komend najaar wordt het wetsvoorstel ‘Breed Offensief’ behandeld in de Tweede Kamer. Doel is om mensen met een arbeidsbeperking gemakkelijker aan het werk te helpen en iedereen naar vermogen mee te laten doen. Voor 2020 en 2021 heeft de regering in totaal € 53 miljoen vrijgemaakt. Ook is er € 40 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor de nieuwe vrijlating van arbeidsinkomsten voor mensen die in deeltijd met loonkostensubsidie werken. Op termijn (tot 2026) moeten 125.000 extra werkplekken voor mensen met een beperking zijn gerealiseerd.

Integratie en maatschappelijke samenhang
Met het programma Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt (VIA) draagt het kabinet bij aan gelijke kansen op de arbeidsmarkt voor iedereen. Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond hebben, ook bij vergelijkbare kwalificaties, minder kansen op de arbeidsmarkt. Tot en met 2021 wordt in 8 pilots onderzocht op welke wijze de arbeidsmarktpositie en participatie van mensen met een niet-westerse migratieachtergrond verbeterd kan worden.

Bijstand
Voor de begeleiding van bijstandsgerechtigden naar werk komt dit jaar nog € 40 miljoen en in 2021 € 90 miljoen extra beschikbaar. Het aantal bijstandsaanvragen lag begin september 20% hoger dan voor de coronacrisis. Dit blijkt uit de cijfers van Divosa. De instroom is onder alle leeftijdsgroepen hoger, maar vooral onder jongeren. Voor het gemeentelijk schuldenbeleid maakt het kabinet dit jaar € 15 miljoen extra vrij en in 2021 € 30 miljoen.

Pensioen
De AOW-leeftijd blijft in 2022 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd jaarlijks, tot aan 67 jaar in 2024. De wet over het pensioenstelsel wordt in 2021 aangepast, omdat de huidige wet niet past bij de veranderingen in de samenleving. Mensen veranderen bijvoorbeeld vaker van baan of gaan ondernemen.

Als de Eerste en Tweede Kamer instemmen met de nieuwe regels wordt het duidelijker wat mensen aan premie voor hun pensioen inleggen, wat ze aan vermogen opbouwen en hoeveel hun pensioen later wordt. Ook beweegt het pensioen sneller mee met de economie. Het gaat eerder omhoog als het economisch goed gaat en eerder omlaag als het economisch slechter gaat.

Zorg

Corona
Door de coronacrisis wordt er meer gevraagd van de zorgsector. In 2020 en 2021 maakt het kabinet € 6,7 miljard extra vrij voor crisismaatregelen. Er komt onder meer € 300 miljoen beschikbaar voor testcapaciteit en € 305 miljoen voor extra IC-capaciteit.

Zorgpersoneel
Om werken in de zorg aantrekkelijker te maken, trekt het kabinet vanaf 2021 € 20 miljoen extra uit. Dit budget loopt de komende jaren op: in 2022 € 80 miljoen en vanaf 2023 jaarlijks € 130 miljoen. De focus ligt bij deze investeringen op: minder werkdruk voor zorgpersoneel, minder administratieve lasten, meer zelfstandigheid en een beter ontwikkel- en loopbaanperspectief. In het actieprogramma ‘Werken in de Zorg’ geeft het kabinet aan hoe het de personeelstekorten in de zorg gaat aanpakken.

Van zorgmedewerkers wordt ook het komende jaar waarschijnlijk opnieuw veel gevraagd. Het kabinet trekt daarom ook voor 2021 extra geld uit voor een bonus. Zorgmedewerkers krijgen, na de bonus van € 1000 netto in 2020, in 2021 een tweede bonus van € 500 netto.

Digitalisering zorg
Het kabinet stelt voor de digitalisering van de zorg in 2020 € 77 miljoen extra beschikbaar via de SET COVID-19 2.0-regeling. Hiermee kan ondersteuning en zorg op afstand gerealiseerd worden voor thuiswonende kwetsbare ouderen en mensen met een chronische ziekte, beperking of psychische aandoening.

Jeugdzorg
Gemeenten krijgen in 2022 € 300 miljoen extra voor jeugdzorg. Het kabinet had al eerder incidenteel € 1 miljard voor jeugdzorg vrijgemaakt. Daarnaast werkt het kabinet aan een wetsvoorstel om de groei in de jeugdzorg te compenseren. Het kabinet verlengt deze extra middelen hiermee in 2022. Daarnaast werkt het kabinet aan een wetsvoorstel voor betere organisatie van de jeugdzorg. Er komen 8 expertisecentra voor kinderen en jongeren met meervoudige en complexe problematiek. Hiervoor stelt het kabinet vanaf 2021 structureel € 26 miljoen beschikbaar.

Dakloosheid
Voor woonplekken met begeleiding voor dak- en thuislozen en kortdurende opvang in een- of tweepersoonskamers komt extra geld beschikbaar. Voor deze maatregelen trekt het kabinet € 200 miljoen uit in 2020 en 2021.

Gemeenten

Schuldhulpverlening
Gemeenten krijgen sneller informatie wanneer mensen hun rekening of huur niet betalen, bijvoorbeeld van energiemaatschappijen en woningstichtingen. Daardoor kunnen gemeenten sneller hulp bieden bij schulden, zodat mensen niet verder in de schulden raken. De wetswijziging gaat per 1 januari 2021 in.

Gemeenten krijgen meer financiële ruimte. Ook komt er meer geld om mensen te begeleiden die hun baan verliezen. Dit extra geld voor gemeenten komt boven op de compensatie van ruim € 1,5 miljard voor 2020 die al eerder is afgesproken om de gevolgen van corona op te vangen. Over de financiële en sociaaleconomische gevolgen van de corona-aanpak voor gemeenten, provincies en waterschappen blijft het kabinet in gesprek met de medeoverheden.

Inburgeringsstelsel
Het nieuwe inburgeringsstelsel start op 1 juli 2021. Nieuwkomers gaan zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren en meedraaien in de samenleving. Het liefst door betaald werk te doen. Zij krijgen tijdens de inburgering begeleiding van de gemeente. De overheid betaalt inburgering op maat voor asielzoekers. Voor het taalniveau geldt een hogere norm dan eerst; minimaal B1-niveau, in plaats van A2. Asielmigranten combineren taallessen met (vrijwilligers)werk of stage. Voor met name jonge nieuwkomers zijn er, naast taalonderwijs, vakken als rekenen, Engels, leervaardigheden en studieloopbaanbegeleiding.

Onderwijs

Het onderwijs heeft extra geld gekregen om in de grote steden volgende stappen te kunnen zetten in de aanpak van het lerarentekort. Daarnaast is er € 500 miljoen beschikbaar om onderwijsachterstanden weg te werken. Daarmee kunnen bijvoorbeeld extra bijlessen worden gegeven. Dit bedrag biedt de mogelijkheid om op een creatieve manier knelpunten binnen het onderwijs op te lossen. Scholen en universiteiten krijgen vanaf 2021 meer geld, omdat er meer leerlingen en studenten zijn dan in de laatste referentieraming staat. Hiervoor maakt het kabinet in 2021 € 234 miljoen vrij. Na 2021 trekt het kabinet hier elk jaar een hoger bedrag voor uit, tot maximaal € 449 miljoen.

Bestrijden jeugdwerkloosheid
Voortijdig schoolverlaters hebben een bovengemiddelde kans om de komende tijd werkloos te worden. Het kabinet ondersteunt in 2021 de onderwijssector met € 195 miljoen. Dat bedrag wordt o.a. besteed aan: Studenten in het mbo en hoger onderwijs die bijna afstuderen. Zij krijgen een bijdrage van de overheid ter hoogte van maximaal 3 maanden les-, cursus- of collegegeld. Stages en leerwerkbanen voor praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, vmbo-leerwerktrajecten en mbo. Ondersteuning van Regionale Meld- en Coördinatiepunten (RMV)-regio’s en mbo-instellingen met begeleiding van werkloze jongeren naar school of werk. Scholen in het primair onderwijs. Zij krijgen langer een bijdrage van de overheid in de kosten voor nieuwe leerlingen.

Cultuur

Culturele instellingen hebben het moeilijk. Veel voorstellingen zijn afgelast en er mag nog niet veel publiek komen. Veel medewerkers zitten zonder werk, terwijl de kosten van veel bedrijven en zelfstandigen wel doorlopen. De steun van de afgelopen maanden loopt door in 2021. Het kabinet trekt € 482 miljoen extra uit voor de culturele sector. De culturele en creatieve sector kan een beroep doen op de algemene steunmaatregelen uit het noodfonds, zodat er naar verwachting in 2021 ruim € 700 miljoen beschikbaar is voor cultuur. Het kabinet steunt hiermee de werkgelegenheid in de culturele sector en biedt culturele instellingen mogelijkheid verder te investeren in creatieve en innovatieve ideeën.

Bron: Troonrede, Rijksoverheid, EBU